Gerben kwam met teamgenoten Tonnie Heijnen en Ronald Vijverberg uit in klasse 9. In de poulefase was er geen vuiltje aan de lucht en het team plaatste zich dan ook makkelijk voor de halve finale. In de halve finale tegen Hongarije was het een ander verhaal. Ondanks twee gewonnen enkelwedstrijden van Gerben moest bij een stand van 2-2 het dubbelspel de beslissing geven. In een spannende wedstrijd werd de beslissende game dik gewonnen en dus won Oranje met 3-2.
In de finale was, net als bij de damesklasse 6/7, Oekraïene een maatje te groot. De heren verloren met 3-0. Heijnen kwam er in zijn twee enkelwedstrijden niet aan te pas en Gerben verloor nipt van de sterke Shchepanskyy.
Daniëlle de Jong speelde in klasse 9/10 samen met Anthira van Wensveen. Helaas bleven zij steken in de poulefase. Nederlagen tegen Turkije en Rusland betekenden een vroegtijdige uitschakeling. De pas 14-jarige Bas Hergelink speelde in klasse 10 samen met Jean Paul Montanus. Ze zorgden daarin voor een positieve verrassing door de kwartfinale te halen. In de poule werd na een ruime nederlaag op Hongarije en een ruime overwinning op Macedonië heel knap gewonnen van Zweden. In de kwartfinale mocht een overwinning van Bas niet baten, Groot-Brittanië won ondanks goed tegenspel met 3-1.
Voor paratafeltennis gelden verschillende klassen. De klassen 1 t/m 5 zijn voor de spelers die in een rolstoel zitten. De klassen 6 t/m 10 zijn voor "staande" spelers. Hoe lager de klasse hoe groter de beperking. In de klasse 10 komen spelers uit met een lichte handicap en elke klasse lager betekent een grotere beperking.
Het teamtoernooi wordt gespeeld volgens een soort "Daviscup-systeem". Het team dat als eerste 3 punten heeft verdiend, wint de wedstrijd en daarna wordt niet verder gespeeld. Als na vier enkel-wedstrijden de stand 2-2 bedraagt, dan geeft het dubbelspel de doorslag. Er zijn dus uitslagen van 3-0, 3-1 en 3-2 mogelijk.

